Opvoeding en Persoonlijkheid

Inleidende onderwerpen in de Gnosis

Inleidende Studie tot de GNOSIS

 

                                

 

 

 

 

5.1. De Persoonlijkheid

Dit hoofdstuk gaat het over de persoonlijkheid. Wat is de Persoonlijkheid?

Onder PERSOONLIJKHEID verstaan wij al datgene, wat een mens leert (aanleert) gedurende zijn aards bestaan, dat wil zeggen vanaf de geboorte tot het overlijden, tussen wieg en graf. In dit opzicht zijn echter vooral de eerste levensjaren van uitzonderlijk belang.

De persoonlijkheid omvat alles wat de maatschappij ons ter beschikking stelt, alles wat we nodig hebben om in de samenleving te kunnen functioneren en in de praktijk ook veel overbodige zaken. Hieronder valt niet alleen de OPVOEDING (waarvan de opleiding een onderdeel is), maar ook heel veel praktische wetenswaardigheden.

Enkele voorbeelden van wat we hebben moeten leren: de omgangsvormen, algemene gewoontes en gebruiken, de taal (in woord en geschrift), de geldende waarden van de samenleving (zowel positieve als negatieve), het afwisselen van activiteit en rust, het aanpakken van crises, problemen, ziekte e.d., reageren op de voorkomende situaties van het dagelijks leven, eetbare en gezonde dingen onderscheiden van schadelijke zaken, een straatoversteken, enz.

De persoonlijkheid wordt ons bijgebracht door de Opvoeding inde breedste zin van het woord. Hieruit volgt, dat de PERSOONLIJKHEID niet EIGEN doch GELEEND is, niet aangeboren maar aangeleerd.

De persoonlijkheid wordt sterk bepaald door de omstandigheden, waarin wij onze eerste levensjaren doorbrengen. Tijd, Plaatsen Milieu drukken een onuitwisbaar stempel op de Persoonlijkheid. Een persoonlijkheid uit het Oude Rome is vanzelfsprekend heel anders dan een persoonlijkheid uit het Middeleeuwse Europa en deze weer heel anders dan een persoonlijkheid uit onze dagen.

Ook in elk tijdperk verschilt de persoonlijkheid van land tot land en van streek tot streek. Zelfs in onze tijden van massacommunicatie, waarin ideeën en andere invloeden in razend sneltempo de hele aarde kunnen bestrijken, blijven er verschillenbestaan tussen de mensen uit verschillende streken.

Toch is de PERSOONLIJKHEID (evenals het vitaallichaam en de Ikken) iets heel concreets en bepaalds, met een tastbare vorm(voor de hogere zintuigen uiteraard). De Persoonlijkheid vaneen persoon heeft namelijk dezelfde omvang en vorm als het fysieke lichaam en zelfs dezelfde gelijkenis. De persoonlijkheid is NORMALITER onzichtbaar omdat zij opgebouwd is uit een materie, die nog subtieler is dan de bouwstoffen van het vitaallichaam.

De persoonlijkheid onderscheidt zich in nog andere opzichten van het fysieke lichaam: zij kan zich veel vrijer bewegen, in het bijzonder in de uren dat het lichaam slaapt. De persoonlijkheid slaapt dan niet, maar verlaat het lichaam en bezoekt de plekken die haar dierbaar zijn: huis, werk, enz.

Gedurende het waken is de aanwezigheid van de Persoonlijkheid(in het lichaam) beslist noodzakelijk, wil de persoon op zinnige en (vooral) LEVENDIGE wijze kunnen optreden. Mocht het lichaam wakker worden, terwijl de persoonlijkheid nog afwezig is, dan krijg je het merkwaardige verschijnsel van het slaapwandelen, het lichaam is 'wakker' en kan instinctmatig handelen, doch de persoon heeft geen levendigheid en is evenmin bijzijn normaal bewuste doen.

Het vitaallichaam verschaft het biologische leven aan het fysieke lichaam, de Persoonlijkheid voorziet de persoon van 'levendigheid'. Zonder de persoonlijkheid zouden de mensen zich als spoken of slaapwandelaars over het wereldtoneel bewegen. Alleen de hogere Mens, de Geestelijk ontwikkelde mens, bezitvermogens, die de persoonlijkheid volledig kunnen vervangen. Alle andere mensen hebben zonder meer een persoonlijkheid nodig om als burgers te kunnen bestaan op aarde.

De Persoonlijkheid is eigenlijk een tussenpersoon, een bemiddelaar tussen het lichaam (de ‘innerlijke‘ mens) en de eigenlijke psyche (de ‘innerlijke' mens). De Persoonlijkheid gebruikt het lichaam als een kanaal naar buiten, als een voertuig dus of als een kleed, maar de persoonlijkheid is zelf slechts een spreekbuis van de vele krachten in de menselijke ziel: de "Ikken" en het Geweten-Bewustzijn (Essentie).

Op zichzelf is de Persoonlijkheid noch positief noch negatief, hoewel zij uiteraard wei positieve en negatieve invloeden van de opvoeding heeft meegekregen. Wat haar evenwel positief dan wel negatief maakt op een gegeven ogenblik, is hetgeen haar als spreekbuis gebruikt. Wanneer het Bewustzijn-Geweten zich uitdrukt, kun je spreken van een positieve persoonlijkheid, maken de ikken zich echter meester van de persoonlijkheid (en dat is de normale gang van zaken), dan is er sprake van een negatieve persoonlijkheid.

Een ander groot verschil tussen Persoonlijkheid en Lichaam is het volgende: bij het overlijden treedt de ontbinding van zowel het fysieke lichaam als het vitaallichaam bijna onmiddellijk en gelijktijdig in, uitzonderlijke gevallen daargelaten. De persoonlijkheid kan echter nog vele tientallen jaren blijven voortbestaan in de psychische dimensies van de aarde: omdat zij uit subtielere stoffen is opgebouwd, ontbindt zij zich ook in een veel langzamer tempo.

Vooral de krachtigste aspecten van de persoonlijkheid kunnen lange tijd blijven bestaan: dit zijn de kenmerken, die een persoon gedurende zijn bestaan het meest heeft gekweekt door de constante herhaling ervan gedurende langere levensperioden. In iemand die gedurende tientallen jaren een zelfde beroep heeft uitgeoefend, zal het bijbehorende aspect van zijn persoonlijkheid enorm sterk zijn en nog tientallen jaren blijven voortbestaan na de dood van het fysieke lichaam.

In uitzonderlijke gevallen kan zo'n sterk aspect van de persoonlijkheid zich zelfs 'eventjes vertonen’ in de fysieke wereld, maar uiteindelijk ontbindt de persoonlijkheid zich en blijft er niets van over. Zij ontbindt zich in haar componenten en wordt opgenomen in de psychische natuur, precies zoals het fysieke lichaam van mens, dier en plant zich ontbindt in zijn samenstellende elementen en opgaat in de natuur. Hierop slaat de zin: 'Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’. De ontbinding van de Persoonlijkheid kost wel veel meer tijd dan de ontbinding van het fysieke lichaam.

De Persoonlijkheid hoort dus in een bepaalde tijd thuis: binnen die tijd wordt zij gevormd, ontwikkeld en tenslotte weer ontbonden. Als de persoonlijkheid uit het leven gaat, kan zijde uiteindelijke ontbinding niet meer ontsnappen.

De Persoonlijkheid is slechts een instrument, een schakel tussen de feitelijke psyche en het lichaam, een verbinding tussen de innerlijke en de uiterlijke wereld. Niet meer en niet minder. Er is dus geen ‘geestelijke ontwikkeling‘ van de Persoonlijkheid mogelijk (evenmin als van het lichaam of van het vitaallichaam). Met andere woorden, de ontwikkeling van de Persoonlijkheid staat los van de Geestelijke Ontplooiing van de mens en heeft er in feite niets mee te maken, want de persoonlijkheid wordt vanuit de buitenwereld gevormd en ontwikkeld, terwijl de geestelijke groei van binnenuit moet plaatsvinden.

De geestelijke ontplooiing gaat veel dieper, maar toch dienen we het belang van de Persoonlijkheid niet te onderschatten. De negatieve invloeden van samenleving en opvoeding kunnen in de persoonlijkheid immers als een soort antistof gaan werken, die de persoon allergisch maakt voor al het geestelijke.

In zulke gevallen zullen er grotere inspanningen verricht moeten worden om het Pad der Geestelijke Ontplooiing te vinden en te bewandelen. Aan de andere kant zijn de positieve invloeden van samenleving en opvoeding (van buitenaf dus) niet voldoende om de geestelijke ontplooiing te bewerken. De geestelijke ontplooiing moet van BINNEN komen, uit het diepst van de mens. De Persoonlijkheid speelt hierbij een belangrijke rol: de BEREIDHEID opbrengen om mee te helpen.

5.2. De Opvoeding

De opvoeding gedurende de eerste levensjaren is beslissend voor de vorming van de Persoonlijkheid. Een kind heeft bijzijn geboorte nog GEEN Persoonlijkheid. Wij kunnen het kind in dit stadium vergelijken met een wit scherm, waarop de samenleving haar denkbeelden en geldende waarden gaat projecteren. Dit heet OPVOEDING, echter in veel breder verband dan men gewoonlijk aanneemt.

Het kind neemt namelijk ALLES op en vormt daarmee zijn Persoonlijkheid. Hij is daarbij noodgedwongen aangewezen op wat de samenleving hem biedt, hij heeft geen keuze. De vorming van de persoonlijkheid is in dit stadium dan ook een onwillekeurig proces, dat zich te allen tijde voltrekt en onder alle omstandigheden: ieder kind vormt een persoonlijkheid, ieder kind leert van zijn omgeving.

Het kind wordt ‘ingewijd’ in de waarden van de samenleving, in de overwegende opvattingen, in de denkwijze van de mensen omhem been, in hun gewoontes, enz. Aanvankelijk vindt dit in de familiekring plaats, maar geleidelijk aan ook in de maatschappij in net algemeen. Als net kind de leeftijd van zeven jaarheeft bereikt, heeft zijn Persoonlijkheid reeds een definitieve vorm bereikt. De Persoonlijkheid is dan GEVORMD.

Uiteraard is al veel eerder sprake van een persoonlijkheid in het kind, die hem onderscheidt van alle andere kinderen ('het ene kind is het andere niet'), doch de vorming van de Persoonlijkheid vindt pas plaats tegen het zevende levensjaar.

Gedurende de rest van het leven zullen sommige aspecten van de persoonlijkheid verder ontwikkeld worden, dat wil zeggen, versterkt worden, de nadruk krijgen of op de voorgrond treden. Het is duidelijk dat dit van de omstandigheden en van de levenservaringen afhangt (invloeden van buitenaf), maar in nog grotere mate ook van de eigen 'Ikken' (invloeden van binnenuit), deze beide invloeden zijn natuurlijk ook een gevolg van het persoonlijk Karma (Oorzaak-Gevolg van vorige levens).

 

Verder met deel 2 van 3.

 

Hoofdstuk 5. Opvoeding en Persoonlijkheid.

 

Deel 1 van 3