De Straal van de Dood en het Proces na de Dood

Inleidende onderwerpen in de Gnosis

Inleidende Studie tot de GNOSIS

 

†††††††††† †††††††††† ††††††††††

 

 

 

 

De Angst voor de Dood

Na de dood dalen drie dingen af in het graf: het fysieke lichaam, het vitaallichaam ('aura') en de persoonlijkheid. Daar ontbinden ze zich in kortere of langere tijd. Op den duur blijft er niets van over.

Voor de Essentie (Ziel) en voor de 'Ikken' is een ander lot weggelegd. Op het moment van de dood dringen deze in het hiernamaals, dat wil zeggen in de Astrale Wereld (wereld van de dromen of vijfde dimensie), met de mogelijkheid om op een later tijdstip weer op aarde te verschijnen, herboren in een nieuw fysiek lichaam, in een nieuw vitaallichaam en uiteraard in een nieuwe persoonlijkheid.

Hoewel het sterven een heel natuurlijk proces is, dat ieder kind van de aarde ooit meemaakt, is de dood toch een taboe geworden. Men spreekt er niet graag over. Het verschijnsel van de dood beangstigt praktisch iedereen. De belangrijkste redenen zijn:

ONWETENDHEID omtrent het proces van de dood zelf en de daarop volgende gang van zaken.

GEHECHTHEID aan de fysieke wereld en aan de stoffelijke verworvenheden, in onze moderne wereld heeft dit geleid tot een grote afhankelijkheid van de buitenwereld.

Het (onbewuste) besef dat men zijn levenstaak (het bewerken van de innerlijke ontplooiing) nog niet heeft volbracht, terwijl de tijd daarvoor steeds korter wordt.

Wat de ONWETENDHEID betreft, bedoelen wij niet alleen het ontbreken van verstandelijke kennis (intellectuele informatie), maar ook het ontbreken van INNERLIJKE ONDERVINDING. De meeste mensen hebben vele keren op aarde geleefd, maar door hun laagontwikkelingspeil op geestelijk gebied kunnen ze zich hunvorige levens niet herinneren.

Ieder mens heeft vele malen de Dood 'aan den lijve' ondervonden, maar jammer genoeg kan haast niemand die ervaring aanspreken en gebruiken. Bovendien missen de meeste mensen de vermogens om de verschijnselen te onderzoeken, die buiten het bereik van de zintuigen vallen. Toch kan iemand die het zich voorneemt, door middel van de Meditatie of door zijn dromen te leren beheersen, zijn onwetendheid over de Dood opheffen.

De mensen richten al hun vertrouwen op de uiterlijke zaken van het leven, enerzijds omdat men niet voldoende op de hoogte is van de werkelijkheid van de geestelijke dimensies, anderzijds omdat de mens VRIJ in zijn keuze tussen het eeuwige en het tijdelijke. Feit is, dat op onze wereld de gehechtheid aan de tijdelijke zaken sterk is en de belangstelling voor de hogere Kennis klein. Dit is heel gemakkelijk na te gaan.

Voor de mens met innerlijke ontwikkeling is de DOOD helemaal niet beangstigend, want hij weet door persoonlijke ondervinding dat de Dood geen EINDPUNT is, maar slechts een OVERGANGSPROCES. Aan de ene kant blijft hij bewust tijdens en na de Dood, zodat hij zijn taken kan voortzetten in de Hogere Dimensies van Natuur en Kosmos. Aan de andere kant is hij zich bewust van net feit, dat hij vroeger of later op aarde kan verschijnen en geboren kan worden in een nieuw lichaam.

Voor de mens zonder geestelijke (innerlijke) ontwikkeling MOET de Dood een ramp betekenen, want dan verliest hij ALLES wat hij heeft vergaard aan verstandelijke kennis en aan stoffelijk bezit. Dat blijft allemaal achter. Alleen de levenservaring neemt hij mee, en de gevolgen van zijn goede en slechte daden(het Karma). Later verschijnt hij weer op aarde in een nieuw lichaam, maar in tegenstelling tot de geestelijk ontwikkelde mens herinnert hij zich vrijwel niets van zijn vroegere levenservaringen.

De mysteries van de Dood hangen nauw hangen met de mysteries van het Leven. Leven en Dood vormen een sluitend geheel, een kringloop. Als je het ene niet begrijpt, kun je niet zeggen dat je het andere wel begrijpt. De mens kan zijn Bewustzijn bevrijden om de Mysteries van Leven en Dood te onderzoeken en bevatten. Als iemand in de loop van zijn leven geen inzicht verwerft in de Mysteries van Leven en Dood, is dat eigenlijk een verloren Leven.

Het Sterven (de Straal van de Dood)

De dood is vanuit klinisch standpunt het ophouden van alle organische functies. Over het precieze moment waarop hiervan sprake is, bestaan er onder de deskundigen verschillende meningen. De discussie is nog niet voltooid. Wanneer is het leven van een mens definitief afgelopen? Wat is bepalend: de functie van de longen, de hartslag, de nier- of de hersenfunctie?

Voor de gnostische esoterie is de Dood de scheiding van het fysieke lichaam en het vitaallichaam ('aura'). Daarom heet de dood in de Romaanse talen ook wel 'des-incarnatie', dit is het zich ontdoen van het vleselijk omhulsel. Lichaam en aura vallen uit elkaar, waardoor ze geen 'onderdak' meer kunnen geven aan de ziel (de psyche) . Lichaam en Aura dalen in het graf om zich daar te ontbinden, maar de psyche (Ikken en Essentie) houdt niet op te bestaan bij de Dood, zij dringen in de hogere dimensies van de Natuur.

Wat veroorzaakt de scheiding van het fysieke lichaam en de vitale levensbodem (aura)?

Om deze vraag te beantwoorden, dienen we te begrijpen dat er gedurende het bestaan tal van energieŽn of krachten werkzaam zijn in het menselijk lichaam. Bijvoorbeeld vier maanden na de bevruchting is de motoriek reeds actief. Enige tijd later komen andere organische functies op gang: de spijsvertering, de ademhaling en de stofwisseling vlak na de geboorte. Als de schedelfontanel gesloten is gedurende het derde levensjaar, is dit een teken dat de mentale en verstandelijke vermogens tot uitdrukking kunnen beginnen te komen.

Verder met deel 2 van 5.

 

Hoofdstuk 7. De Straal van de Dood en het Proces na de Dood.

 

Deel 1 Van 5