Reďncarnatie, Wederkeer en Recurrentie

Inleidende onderwerpen in de Gnosis

Inleidende Studie tot de GNOSIS

 

                                

 

 

 

 

Lichaam, persoonlijkheid en de psyche zijn de drie voornaamste componenten van de mens. We zullen het nu verder hebben over de menselijke psyche (de ziel).

De psyche heeft twee belangrijke aspecten:

Het aspect van het Bewustzijn, de Essentie, het positieve in ons, het Goddelijke in ons,

De ‘Ikken’, het negatieve in ons: ik haat, ik ben lui, ik ben gulzig, ik ben afgunstig, ik ben woedend, de fobieën, de vooroordelen enz. Al die nare dingen die in ons allemaal bestaan, die ons een bepaald moment kunnen beheersen en in een richting duwen.

Het lichaam gaat na de dood in het graf waar het zich ontbindt in kortere of langere tijd. Ook de persoonlijkheid: de opvoeding die we hebben gehad, alles wat we hebben geleerd van de samenleving, niet alleen in de schoolbanken, maar ook thuis, op straat enz. Ook dat gaat in het graf en verdwijnt na verloop van tijd. Maar de ziel, de psyche -dus zowel de goddelijke Essentie als de ‘Ikken’- begeeft zich naar een andere wereld, die wij kennen uit onze dromen. Daarheen gaan de ziel, de psyche en de ikken op het moment van de dood. Daarom wordt de dood een 'eeuwige slaap' genoemd.

Voor het lichaam is het wel een eeuwige slaap, want het ontbindt zich. 'Uit het stof zijt ge voortgekomen en tot het stof keert ge terug.' Het geloof dat er aan het eind van de wereld een opstanding zal plaatsvinden, slaat niet op het lichaam, maar op de ziel die de dood overleeft met de mogelijkheid om later terug te keren in een nieuw lichaam. We gebruiken hier niet het woord reďncarnatie, dat hebben we alleen aan het begin van de voordracht gedaan om u vertrouwd te maken met het onderwerp.

Reďncarnatie bestaat wel, maar zoals Krishna in het oude India leerde, is de reďncarnatie voor de goden, voor de helden, voor degenen die de geestelijke ontwikkeling hebben bereikt. Maar degenen die hun geestelijke ontwikkeling niet hebben bereikt, kunnen niet reďncarneren, die komen gewoon terug. Het grootste verschil is dat bij de reďncarnatie men zelf een nieuw lichaam kiest. De ziel bestudeert wat voor mogelijkheden er zijn, en dan kiest hij een van die mogelijkheden.

Ook de geestelijk ontwikkelde ziel moet rekening houden met bepaalde wetten, als hare majesteit de koningin in haar auto stapt, dan moet ze ook met de verkeersregels rekening houden, nietwaar? Dus ook de geestelijk ontwikkelde ziel, de hogere mens, die de oude volken 'goden' noemden, die net Christendom ‘engelen’ noemt, die vele scholen de ‘meesters' noemen, zijn aan regels gebonden.

Die engelen, die ontwikkelde meesters, die kunnen dus reďncarneren, die kunnen vrijwillig terugkeren op aarde, terwijl bij de normale terugkeer daar geen sprake van is. Probeert u maar iemand te vinden die zelf heeft gekozen waar hij geboren moest worden. Ik heb er geen kunnen vinden onder mijn gelijken.

We keren in het leven terug, precies zoals 31 december, sinterklaas en onze verjaardag. We hoeven de aarde niet te gaan duwen om dat te bereiken, dat gebeurt vanzelf. Dat valt onder de mechanische natuurwetten, dus natuurlijke wetten. Reďncarnatie is eigenlijk een bovennatuurlijk iets, voor mensen die boven de natuur uitgegroeid zijn, die krachten hebben om de natuur te beheersen.

Denkt u maar aan Mozes, die de Israëlieten uit Egypte haalde om naar het beloofde land te brengen. Hij kon het water van de Nijl in bloed veranderen, hij kon midden in de woestijn manna laten regenen, en de zee ging voor hem open. Dat was iemand met krachten over de natuur, omdat hij zijn geestelijke ontwikkeling had bereikt. Of denkt u aan een Jezus die de blinden kon laten zien, de doven horen, de kreupelen laten lopen, en zelfs doden laten opstaan.

Dat is iemand die z'n geestelijke ontwikkeling heeft bereikten dus krachten heeft om de natuur te beheersen, om dingen te doen die in de fysieke of stoffelijke wereld onmogelijk lijken, vanuit het standpunt van onze normale zintuigen, maar die voor de geestelijk ontwikkelde mens wel mogelijk zijn. Er zijn hogere wetten die in werking worden gezet en die de lagere wetten dan uitschakelen, tegen kunnen gaan.

Iemand kan de wetten van de natuur overwinnen, wanneer hij aanzijn geestelijke ontwikkeling werkt en zijn ziel totaal heeft ontwikkeld. Want we hebben slechts dat kleine deel van de Essentie in ons, die 3%. Wanneer iemand de Essentie ontwikkelt, dan bereikt hij de incarnatie, hij heeft dan het Goddelijke geďncarneerd. Dat woord incarnatie betekent vleeswording, nietwaar? Om te reďncarneren moet je dus eerst incarneren.

Daarom kan de gewone mens die nog niet aan zijn geestelijke ontwikkeling heeft gewerkt, niet reďncarneren. Als de ziel nog niet ontwikkeld is, kan die ziel niet kiezen om terug te keren op die wereld op een vrijwillige wijze. We moeten dus onderscheid maken tussen die reďncarnatie van de helden, van de goden, waarvan Krishna, in de Bagvad Gita spreekt, en de terugkeer van ons allemaal. Wij komen in dit leven en dan draaien wij onze levensfilm op het wereldtoneel af en aan het eind van ons leven nemen wij die film weer mee naar de eeuwigheid, naar de astrale wereld, in het hiernamaals.

Dit is niet alleen figuurlijk, ook letterlijk. We nemen die film mee en dan volgt het proces dat we de vorige keer hebben beschreven, met als toppunt het laatste levensoordeel, waarin de beslissing valt of die ziel terugkomt in de wereld of een vakantie krijgt in de hogere dimensies. Maar ook na afloop van de vakantie komt die ziel weer terug in de wereld, in een nieuw lichaam. Dan brengt hij weer zijn film op de wereld en dan begint de projectie weer opnieuw. En precies zoals een film onveranderd blijft na het terugspoelen ervan, zo keren wij terug om dezelfde levensfilm te draaien. u zult misschien zeggen dat het ongelofelijk is, maar toch is het zo.

U moet proberen uw vorige levens te herinneren, dan zult u zien, hoe de meeste gebeurtenissen uit ons vorige bestaan zich met punten en komma's herhalen! Er komen een paar dingen bij, en met een paar dingen hebben we afgerekend, die komen niet meer terug.

Twee personen hadden in hun vorige leven zeg maar op 20 jarige leeftijd een liefdesavontuur, misschien zijn die personen heel oud geworden en zijn de mensen van hun tijd dat voorval vergeten. Misschien hebben ze een gezin gevormd en zijn ze lang en gelukkig bij elkaar gebleven, maar wellicht zijn ze ook uit elkaar gegaan. De mensen in hun omgeving spraken er wel een tijdje over, maar na verloop van tijd is er niemand die daar nog aan denkt. Tenslotte gaan die personen dood en dan is het afgelopen zou je denken.

Ja, het lichaam is dood, maar de Ikken in de psyche van die dame en die meneer, die zijn blijven leven, die zijn blijven bestaan na de dood. Later verschijnen die twee weer in een nieuw lichaam op de wereld en vormen een nieuwe persoonlijkheid, en dan komen ook die twee ikjes van het avontuur, van die afspraken, opnieuw terug op een zeker moment.

Meestal is dat ongeveer op dezelfde leeftijd als de vorige keer, dan gaan die Ikken elkaar weer opzoeken. Dat is ook de oorzaak, waarom er mensen zijn. De ene wordt geboren in Rotterdam en de andere in Australië, en toch ontmoeten ze elkaar op een dag. Dan zou je je kunnen afvragen waarom je, met zoveel mensen hier om ons heen, zo ver moet gaan zoeken. Het is zo alledaags geworden dat niemand er iets meer van zegt, maar het blijft een opvallende zaak, nietwaar? Als je je vroeger buiten je dorp begaf, veroorzaakte dat al opschudding...

Maar waarom gebeuren die dingen eigenlijk? Omdat wij niet alles kunnen zien wat er gebeurt. Onder ons verstand en onder onze persoonlijkheid zijn er veel dingen waar we geen greep ophebben: dat zijn alle Ikken en elke Ik heeft zijn eigen af spraken uit het verleden. Elke Ik heeft zijn eigen manier van denken, zijn eigen manier van optreden, zijn eigen manier van voelen, en heeft dus ook afspraken met Ikken van andere personen. Soms is het moeilijk om iemand te zoeken als we die niet kennen, maar de Ikken kunnen zich in de psychische dimensie vrij snel met elkaar in verbinding stellen, en afspraken maken.

Ze kunnen elkaar telepathisch opzoeken en dan maken ze echt een afspraak. We komen elkaar weer tegen op die piek, op die dag en op dat uur. Ze maken een afspraak. Dan zeggen wij hier:

‘Ik ga daar naartoe, omdat ik wil, ik ga daar op vakantie, omdat ik wil’, enz. De persoonlijkheid zegt ik wil, ik ga ernaar toe. Maar achter de schermen van ons leven zijn er drijfveren, Ikken, die ons daar naartoe slepen. Er is altijd een zekere graad van vrije wil, we moeten dat niet uitsluiten of bagatelliseren. Als we geen vrije wil hadden, konden we ook niet aan onze geestelijke ontwikkeling werken, maar de vrije wil is heel beperkt, heel gering.

Eigenlijk kun je dat vergelijken met een viool in een kist: de viool past er precies in. Er kan misschien een speling zijn van een paar centimeter, zeg maar 3 cm speling. Als we die 3% vrije wil gebruiken, kunnen we heel wat veranderen, ook aan de Recurrentie en aan de terugkeer. Maar die af spraken, die 'Ikken', zijn dus een ontzettend sterke kracht achter de gebeurtenissen. Daardoor komen we elkaar weer tegen en dan begint de herhaling van de gebeurtenissen.

Verder met deel 3 van 4

 

 

Hoofdstuk 8. Reďncarnatie, Wederkeer en Recurrentie.

 

Deel 2 van 4