Belangrijke perioden in het leven van de mens

Inleidende onderwerpen in de Gnosis

Inleidende Studie tot de GNOSIS

 

                                

 

 

 

Inleiding

De mens begint zijn ontwikkeling in de moederschoot, als een kiem. Na negen maanden wordt de kiem geboren. Dan is een belangrijk groeiproces reeds achter de rug, maar veel langer is de weg die nog moet worden gegaan.

Bij de eerste inademing dringt de Essentie, d.w.z. het vrije zielemateriaal, in het lichaampje, hij neemt bezit van zijn nieuwe 'voertuig', zijn nieuwe ‘kleed’. Zo maakt hij zijn entree op het aardtoneel.

Ook de IKKEN, die in vorige levens zijn ontwikkeld, komen voor het grootste gedeelte mee, maar dringen nog niet in het tere lichaam. Dit gebeurt geleidelijk aan, naarmate het kind zijn nieuwe persoonlijkheid vormt met alles wat hij LEERT.

Als het kind de zevenjarige leeftijd heeft bereikt, heeft de persoonlijkheid een volledige vorm aangenomen en zijn ook de meeste IKKEN erin gedrongen. Dan begint de eeuwige levensstrijd opnieuw: het Licht tegen de Duisternis, de Essentie tegen de IKKEN, het Geweten-Bewustzijn tegen het Onderbewuste. Wie zal de strijd winnen?

De regel is, dat de Essentie het onderspit delft, vroeger of later, leven na leven opnieuw, tot de cyclus van 108 om is en de Involutie ingezet wordt in de lagere dimensies van de Onderwereld.

Het gebeurt vaak, dat er in een leven geen definitieve beslissing komt: noch de Essentie noch de IKKEN krijgen een definitief overwicht. Daar er echter steeds meer IKKEN ontwikkeld worden, wordt het wel steeds moeilijker voor de Essentie.

Aan het einde van een cyclus van levens kan de beslissingechter niet meer uitgesteld worden, dan overwint de Essentie en bereikt de mens de Bevrijding of de IKKEN nemen alle touwtjes in handen en zijn dan gedoemd tot de Involutie en de Tweede Dood.

In elk leven vindt ook een dergelijk proces plaats, de ene levensperiode volgt na de andere, zonder dat er een definitieve ontknoping plaatsvindt. Maar elk mens is verschillend: de ene kan een hoge leeftijd bereiken, terwijl hij in zijn hartjong blijft, d.w.z. de Essentie behoudt mogelijkheden om te groeien, anderen echter begaan de fout bepaalde IKKEN in hunpsyche zo enorm te versterken, dat deze in feite elke ontplooiing van de Essentie onmogelijk maken. Wanneer dit laatste gebeurt, is dat leven, voor wat betreft de geestelijke ontwikkeling, verspild.

In deze strijd tussen Essentie en IKKEN speelt de persoonlijkheid een belangrijke rol. Gevormd door opvoeding en voorbeeld in de eerste levensjaren en verder ontwikkeld en versterkt met de eigen levenservaringen, kan de Persoonlijkheid zich in dienst stellen van de Essentie, of -wat veel vaker het geval is- een gewillig instrument worden van de IKKEN.

Als het kind zijn Persoonlijkheid eenmaal heeft gevormd, is hij een volwaardige burger van onze Aardse samenleving, een vol lid van de maatschappij. Uitgerust met een persoonlijkheid kan hij zich pas goed wijden aan de verkenning van de uiterlijke wereld.

Het is natuurlijk zo, dat het kind praktisch vanaf zijn geboorte zijn naaste omgeving begint te verkennen, doch steeds de vertrouwde huiselijke sfeer (uitzonderingen daargelaten). Met de persoonlijkheid kan hij echter zelfstandiger te werk gaan, zijn wereldje verruimen, naar buiten toe treden. Dit laatste zal pas goed op gang komen met het ontwaken van de geslachtsdrift, wat tevens de puberteit inluidt. De geslachtsdrift is, zonder twijfel, de machtigste kracht in het leven van de mens.

In de kindertijd neemt het verkennen van de buitenwereld veeleer de vorm aan van ‘waarnemen’ en ‘vragen stellen’. In de puberteit zal dit plaats maken voor het zelf willen ondervinden, deze ondervindingsdrang heeft juist de ontwakende geslachtsdrift als drijfveer of stuwkracht.

Jongelui nemen geen genoegen meer met een antwoord of met goede raad, maar willen de juistheid ervan zelf ervaren en ontdekken, zelf de 'vinger in de wonde steken’. Dit is op zichzelf een positieve instelling van de jeugd, maar toch leid het vaak tot opstandigheid zonder reden. Dit komt door het gebrek aan een evenwichtige ontplooiing van het Bewustzijn.

Een 'wakker Bewustzijn’ kan uit de ervaringen van het verleden putten zonder de negatieve gevolgen weer te moeten ondergaan. Een interessante anekdote in dit verband is die van de psycholoog, die zelf de werking van drugs wilde ervaren om zijn patiënten beter te kunnen begeleiden. Zijn hulpvaardige vrouw zou alles noteren wat hij gedurende de 'trip' zou doen en zeggen. Helaas kon zij slechts een ding opschrijven: hij sprong uit het raam (verdieping zoveel!).

In de jeugd toont de persoonlijkheid pas haar ware trekken. Hoewel op die leeftijd de persoon nog alle kanten uit kan wordt zijn levensweg geleidelijk aan op onherroepelijke wijze vastgesteld of gekozen. Dan wordt duidelijk of de jongere een verrijking voor de wereld wordt of een plaag voor de medemens, een ZEGEN of een VLOEK, succesvol of middelmatig etc.

Met het bereiken van de volwassenheid begint ook de strijd om 'een plaats onder de zon’. Een strijd, die evenwel pas definitief beslist wordt als de persoon de dertig al (lang) gepasseerd is. Het eerste gedeelte van deze etappe wordt vaak in beslag genomen door de opleiding of de voltooiing ervan, dan moet de persoon nog een zo goed mogelijke plaats zien te bemachtigen in de maatschappij. Het kan dan gemakkelijk gebeuren, dat hij niet gelukkig is met het gekozen beroep en dat hij andere mogelijkheden gaat onderzoeken, voor zover de omstandigheden dat nog toestaan. Al met al is dit een periode van zoeken en experimenteren totdat men genoegen moet nemen met de bemachtigde plaats of zich in zijn lot moet schikken.

De een zal het beter vergaan dan de ander. Juist als gevolg van de verrichte inspanningen in de voorgaande etappes van vorming en ontwikkeling van de persoonlijkheid en tevens door de invloeden van de ‘Ikken’. Deze bevatten de karmische gevolgen uit het verleden.

Als de persoon de rijpheid heeft bereikt tegen zijn veertigste, is het al helemaal duidelijk geworden, wat voor een persoonlijkheid hij is (heeft): wat hem is bijgebracht in zijn prilste kindsheid en wat hij er zelf van heeft weten te maken.‘Aan de vruchten kent men de boom' en dus ook het zaad!

Dan volgt er voor de mens de vruchtbaarste periode van zijn leven: fysiek is hij, normaal gezien, op zijn hoogtepunt en ook geestelijk is dat het geval. Bovendien heeft hij nu de ervaring van de voorgaande jaren: hij heeft al het een en ander gezien, hij is geen ‘neofiet’ (=nieuweling) meer in de School des Levens. Nu kan hij echt efficiënt gaan werken en produceren. Als de mens deze periode goed benut, kan hij zelfs de nodige voorzieningen treffen voor zijn oude dag, maar het kan ook zijn dat al zijn energie gaat steken in het goed maken van eerder gemaakte fouten.

Na zijn vijftigste treedt de fysieke teruggang wellicht in, doch zijn geestelijke vermogens functioneren nog optimaal, aangevuld met een niet te vervangen dosis ervaring, beroepservaring en levenservaring! Dit stelt hem in staat om moeilijke knopen met relatief gemak door te hakken. Dit is de periode waarin de persoon de leidersstaf of de bedelaarsstaf krijgt, de kroon op het verrichte werk in de voorgaande jaren. Hij ontvangt de beroemde hoorn des overvloeds of de buidel van de bedelaar. Wat hij eerder heeft gezaaid oogsten oogst hij nu.(21)

Het is niet toevallig dat velen juist deze periode, rond hun vijftigste, na jarenlange inspanning en keihard werken, eindelijk de hoogste posities komen te bekleden, zowel in het bedrijfsleven als in de politiek, enz.

De laatste etappe van het leven, de ouderdom, ligt volkomen in het verlengde van de direct voorgaande: verheven waardigheid of bittere bekrompenheid. Dan wordt de persoon een geliefde‘veteraan’ vol levenswijsheid, naar wie men graag luistert en om advies vraagt, of hij wordt een menselijk wrak, waar iedereen de benen voor neemt, zelfs de naaste verwanten.

De hier genoemde leeftijden zijn vanzelfsprekend geen model, patroon of draaiboek, waaraan iedereen zich dient te houden. Integendeel, het praktische leven laat zich niet in een strak schema vangen. Dit moet dan ook meer gezien worden als richtlijn om een idee te krijgen van de ontwikkeling van de persoonlijkheid gedurende een mensenleven.

Het verloop van de ontwikkeling van de persoonlijkheid in een bepaalde periode van het bestaan, is direct afhankelijk van haar ontwikkeling in de voorgaande etappes en uiteindelijk dus van de vorming in de eerste levensjaren.

Als wij bijvoorbeeld enig inzicht willen krijgen in de opstandigheid van de jongere generaties, of in het karakter van een volk, of in de levensloop van een persoon in het bijzonder, dan moeten wij eigenlijk alle factoren in aanmerking nemen, die hebben bijgedragen tot de vorming van hun persoonlijkheid. Dan pas zullen wij in staat zijn om ook hun verdere ontwikkeling en huidige toestand te begrijpen. Betrekken wij daarbij ook de situatie van het 'Meervoudige IK' en het principe van de causaliteit (oorzaak en gevolg), dan zal ons begrip van een bepaalde generatie, van een volk of van een individu vollediger zijn.

 

Verder met deel 2 van 3.

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 12. Belangrijke perioden in het leven van de mens.

 

Deel 1 van 3