De Wet van Evolutie en Involutie

Inleidende onderwerpen in de Gnosis

Inleidende Studie tot de GNOSIS

 

                                

 

 

 

 

Op de wiel van het leven (plaat X van de Tarot) is er een gevleugelde leeuw met een mensenhoofd te zien, die getooid is met een kroon van negen punten. Deze van oorsprong Egyptische figuur staat niet rechts of links van het wiel, maar precies erboven, in het midden, buiten de mechanische wetten van Evolutie en Involutie.

De gevleugelde Sfinx, symbool van de ontwikkelde mens die zich van de mechanische natuurwetten heeft bevrijd, wijst ons het Pad van de Bewustzijnsrevolutie, de weg van de ware kennis.

Men dient zowel de Evolutie als de involutie te overwinnen en het pad van de 're-evolutie' (tweede Evolutie, de bewustzijnsrevolutie) te volgen, om de totale ontplooiing van de geestelijke vermogens te bewerkstelligen en zich in een ‘hogere mens' (de 'ware' mens) te veranderen. De uitsluiting van het beginsel van de Transmigratie (‘zielsverhuizing'), de leer van de hindoestaanse Avatar(20) Krishna, leidt ongetwijfeld tot het Evolutiedogma.

Iedereen is vrij om te schrijven over de mechanische wetten in de natuur, doch men dient de gevolgen van het woord niet te vergeten, noch de verantwoordelijkheid van de auteur. Vanuit esoterisch standpunt is de Tarot de 'ijkmaat*, het standaardmodel. De afwijking hiervan, zoals in het geval van het Evolutie-dogma, leidt bij velen tot verkeerde zienswijzen en belet hen in feite het Pad van de Bewustzijnsrevolutie te zoeken en te volgen. De verantwoordelijken krijgen later de karmische gevolgen.

Op de weg van de bewustzijnsrevolutie kan de mens de oneindige mogelijkheden van zijn Ziel ontplooien door middel van vrijwillige offers en vreselijke inspanningen. Doch het is geen wet: die latente mogelijkheden moeten niet, maar kunnen tot ontwikkeling komen. Gewoonlijk weten de mensen zich niet te bevrijden van de mechanische wetten van de natuur: zij dienen hun bestaanscycli uit en dalen dan in het minerale rijk. Dat is de wet, dat is de regel!

De innerlijke weg is echter veeleisend en revolutionair: men dient in opstand te komen tegen de mechanische wetten van de natuur (evolutie en involutie), tegen de eigen fouten en tekortkomingen (de ‘Ikken’) en tegen de negatieve invloeden die van buitenaf komen (de slechte gewoonten in de maatschappij, verkeerde denkbeelden, de sleur van het bestaan e.d.) etc.

Wie het pad van de bewustzijnsrevolutie volgt, stelt zich geleidelijk aan onder de invloed van de hogere wetten. De mechanische wetten van Evolutie en involutie maken plaats voor de vrije wil en de dialectiek van het bewustzijn, het 'oog om oog en tand om tand’ van de ordinaire mensen wordt vervangen door de hogere wet van het vergeven. De hogere wetten zijn lichter om te dragen en verschaffen dientengevolge een hogere graad van gelukzaligheid.

Elke stap op de weg vereist echter nieuwe inspanningen en zelfopofferingen. Als de brandstof niet ontbrandt, komt de motor niet vooruit. Alles heeft zijn prijs, ook de innerlijke ontwikkeling. "Voor niets gaat de zon op". Men moet op de volgende drie gebieden 'werken’:

Op psychologische gebied: de ontbinding van de 'Ikken’ om het Bewustzijn te bevrijden, actief te maken. Deze factor is de 'mystieke dood’, die in het Boeddhisme ‘ de totale nihilatie’ (nihil=niets) wordt genoemd.

Op seksueel gebied: het opofferen van de lagere begeerten om het vuur van de Liefde aan te steken en de vitale energieën te sublimeren om de nieuwe (hogere) mens geboren te doen worden in jezelf. Deze factor heet om deze reden ook ’tweede geboorte’.

Op sociaal gebied: de verworven ontwikkeling in dienst van de lijdende mensheid stellen, aan anderen de weg wijzen zonder er geld of welke beloning dan ook voor te vragen.

Een persoon kan van alles doen in het leven, gebruik makend van zijn Vrije Wil, maar zolang iemand niet begint te werken met de drie factoren van de Bewustzijnsrevolutie, zal hij op en neer bewegen met het Wiel van het Leven en zal hij weinig vorderingen kunnen maken op de Weg van de Innerlijke Ontplooiing. Dan slijt hij zijn leven onverrichterzake, elk bestaan weer opnieuw, totdat de Involutie hem onherroepelijk in het Rijk van de Mineralen doet afdalen.

Het Minerale Rijk is geen verzinsel, maar een tastbare werkelijkheid voor de (hogere) zintuigen van de ontwikkelde mens. Dit is de Onderwereld van de Oude Volkeren. Daar worden de “Ikken” van de mislukte zielen afgebroken en wordt de oorspronkelijke schoonheid van de Essentie hersteld. De prijs is echter hoog: dat afbreken gaat gepaard met verdubbelde pijn (vergeleken met wanneer men de “Ikken” vrijwillig afbreekt in het leven) en bovendien moet men daarna helemaal opnieuw beginnen op de eerste trede van de Ladder van het Leven.

De ontbinding van het “Ik”in het Minerale Rijk is de “Tweede Dood”, die men terug kan vinden in het Christelijke Evangelie. Na de “tweede dood”kan de Essentie nieuwe evolutieve processen meemaken vanaf het Minerale Rijk en komt dan via het Planten- en het Dierenrijk weer in het Mensenrijk om een nieuwe cyclus van 108 existenties te beleven. Dan krijgt hij nieuwe kansen om zijn Zelfverwezelijking te bereiken.

Het zal velen verbazen, maar niet alle Essentie zijn geïnteresseerd in hun ontwikkeling. Niet alle Essenties wensen het meesterschap te verwerven en de Zelfverwezenlijking te bereiken. Niet alle zielen staan te trappelen om het moeilijke Pad van de ‘dure en zure’ plicht (de Bewustzijnsrevolutie) te bewandelen. Maar waarom willen niet alle Essenties hun ontwikkeling? Want ook op dit terrein bestaat er vrije wil! De Essentie heeft het recht om te kiezen. Maar er is nog iets…

De Essentie is zelf een fractie van een Monade (Godsvonk). Beschouwen we de Monade als een vlam, dan is de Essentie een lichtstraal. Als de Godsvonk het meesterschap wenst te bereiken, bewerkt hij de Essentie voortdurend, in elk bestaan (leven!) weer opnieuw, tot hij zijn doel heeft bereikt. Deze Essenties zijn gemakkelijk te herkennen: het zijn de personen vol geestelijke verwondering, de “zoekers”van de geheime weg, die niet rusten eer zij de ‘poort’ hebben gevonden.

De andere Essenties die de Innerlijke Ontplooiing niet nastreven of er zelfs een afkeer voor hebben, zij willen hun levenscycli zo snel mogelijk uitdienen om terug te keren in de Oceaan van het Leven, in de ‘schoot van Uranus’ (Oer-Vader). Daarom vluchten zij in bewusteloosheid en storten zich in de materiele lusten. Zonder ontwikkeling of meesterschap keren ze tenslotte terug, maar niettemin met recht op het geluk dat daar heerst. Daar hebben zij recht op, na alle ontberingen in het Samsara, het Levensrad.

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 11. De Wet van Evolutie en Involutie.

 

Deel 2 van 2